De kever

Lustig ronkte het oude motortje zijn al even versleten liedje. Serge, mijn beste vriend, ratelde als een viswijf. Hij haalde het kleine doosje voor de zoveelste keer boven.

"Bijna vergeten. Niet te geloven. Maar goed dat Susanne er gisteren nog achter vroeg..."

Hij was het belangrijkste van de trouwdag bijna vergeten, de ringen. Ze hadden ze maanden eerder samen gaan kiezen. Omdat die van hem groter moest gemaakt worden, waren ze bij de juwelier gebleven. Organisatie was voor Serges chaotisch brein geen talent. Alles liet hij tot op het laatste ogenblik liggen, met alle risico's die daarbij horen... Hij zou het nooit leren.

"Ik zorg wel dat je ze morgen hebt, op de moment dat het moet..." stelde ik hem gerust. "Steek het doosje voorlopig maar in het handschoenenkastje. Dan heb ik het morgen zeker bij."

Hij lachtte en zei: "Dan kan ik op twee oren slapen..." en grinnikend voegde hij eraan toe: "...en flink uit de bol gaan vanavond."

Ik wist dat hij aan z'n vrijgezellenavond dacht maar ik wist dat die niet ging verlopen zoals hij verwachtte. Met onze vriendenkring hadden we een reeks verrassingen voor hem in petto. Hij was de laatste van ons clubje die trouwde en dat gingen we vieren... Onze vrouwen zouden er minder gelukkig mee zijn. Ze moesten eens weten wat we allemaal van zin waren...

Ik werd wakker met een boorhamer in mijn hoofd. De ranzige smaak in mijn mond, deed me herinneren wat ik gisteren gedronken had. De wekker speelde een hard rocknummer waar ik wakker van geworden was. Eén blik vertelde me dat het veel later was dan ik gedacht had. Elf uur... Het kwam aan als een koude douche en ik veerde recht in mijn bed. De tweede helft van het bed was koud en leeg. Marjon had me laten slapen. Terwijl ik onder de douche stond nuchter te worden bedacht ik dat ze me beter uit bed gezet had, want nu moest ik me haasten om op tijd te komen voor de trouwerij.

Het appartement was leeg en op tafel lag een briefje.

"Ben naar Sjaakie. Pik me deze middag bij Livia op"

Ik pijnigde mijn verdoofde hersenen maar kwam er niet uit. Sjaakie? Moest ik die ergens van kennen? Een paniekerig stemmetje in mijn achterhoofd, gilde het uit. Sjaakie... Sjaakie... Wie was dat? Plots begon het me te dagen en zocht ik op de kalender naar vandaag.

In grote rode letters stond er op: "Sjaakie, 9u".

Als een mokerhamer sloeg de herinnering toe. Sjaakie was de uitbater van het autokerkhof. We hadden samen maanden eerder beslist om ons kevertje af te danken. Roest en ouderdom waren hem fataal geworden... En vandaag, met de trouwerij, hadden we de juiste afleiding...Sjaakie zou de kever samenpersen om de kosten te drukken.

Samenpersen... De ringen!

De rillingen liepen over mijn lijf. De ringen zaten in het handschoenen-kastje... Ik grabbelde naar de telefoon en besefte dat Marjon al wel bij haar kapster zou zijn. Ik moest dus zelf het grote onheil proberen te voorkomen...

In aller ijl haastte ik me naar de garage en racete met het opeltje van Marjon naar Sjaakie. De moed zonk me in de schoenen toen ik tussen de grote berg schroot en autowrakken moest gaan zoeken naar de kleine, oude Sjaakie. Dat is zoals het zoeken naar een spelt in een hooiberg.

Met de moed der wanhoop liep ik tussen het oud metaal en oude banden, luid kelend: "Sjaakie... Sjaakie..."

Van ergens achterin schoot een groot buldoggeval in mijn richting. Het vuile, immense beest kwam wild blaffend op me af en ik stond aan de grond genageld, de adrenaline tot in mijn oren.

Van heel ver hoorde ik iemand roepen: "Af, Brutus..."

De lawaaierige haarbol minderde vaart en stopte vlak voor mijn voeten. Zijn kwijlende kaken konden met één hik mijn knieën vernietigen. Het zweet druppelde langs mijn rug naar beneden.

De oude Sjaakie zag er, net als zijn hond, verwaarloosd en ongewassen uit. Toen hij dichterbij kwam, waaide zijn lijfgeur me tegemoed. Was het door de alcohol in mijn bloed, de paniek in mijn hoofd of de vermoeidheid in mijn lijf... Braakneigingen deden me kokhalzen.

"Man, toch..." begon de oude viespeuk. "Benne nie goe?" vroeg hij bezorgd.

De vuile haarbol snuffelde aan mijn knieën en hoger... Met veel slikken, hield ik mijn maagzuur binnen.

"Brutus, af" commandeerde de oude man en de hond droof af.

Ik haalde een paar keer diep adem en slaagde er uiteindelijk in om mijn stembanden terug aan het werk te krijgen.

"De kever... waar is ie?"

Sjaakie gluurde me met nieuwsgierige blikken aan.

"Welke?" teemde hij.

"Deze morgen heeft mijn vrouw onze kever binnen gebracht... Een blauwe"

"Oja, die..." aarzelde hij.

"Ja? Waar is ie?"

"Waarom?" wilde de oude man weten.

Hij keek naar de persmachine die iets verderop stil stond. De zenuwen gierden door mijn keel toen ik door had waar hij naar keek. Aan de achterkant van de persmachine lag een rechthoekig blok ijzer met de blauwe kleur zoals onze kever gehad had.

"Is 'm dat?" vroeg ik slikkend.

"Yep" was het bijna vrolijke antwoord van de viespeuk. "Je ziet, wij leveren een snelle service..."

De tranen schoten in m'n ogen en het duizelde in mijn hoofd.

"Gaat het?" vroeg hij.

Ik moest er verschrikkelijk uitzien want zijn triomfantelijke blik was verdwenen. Hij leek bijna medelijden te hebben.

Ik schudde troosteloos mijn hoofd. Mijn schouders zakten af. Ik wist even met mezelf geen raad.

"Kan ik nog iets voor je doen?" vroeg hij bijna vriendelijk.

"Nu niet meer..." stamelde ik terwijl ik me heel erg ongelukkig voelde worden.

Hoe moest ik dat ooit gaan uitleggen aan Serge en Susanne. Op z'n twee oren slapen...

Ik kon op mijn horloge zien dat het bijna middag was. Het werd tijd dat ik Marjon ging ophalen. Misschien dat zij een oplossing wist.

Terwijl ik met het opeltje richting kapsalon reed, kreeg ik het lumineuze idee om onze eigen trouwringen in leen te geven. Dan zouden ik ze achteraf nieuwe ringen kopen... Ik voelde weer leven in me opborrelen. De wereld zou niet vergaan. Het was simpel en goed.

Nog steeds bleek maar niet meer in paniek, kwam ik uiteindelijk bij Livia aan. Marjon zat al te wachten, haar blonde haren prachtig gekapt. Een blik op mij deed haar ogen groot worden.

"Wat heb jij meegemaakt? Was het bier gisteren zo slecht?" zei ze bezorgd. "Je ziet eruit alsof je de hel gezien hebt..."

Grappig dat ze me zo goed kende.

"Daar ben ik net geweest, ja" zei ik beamend. "Zeg, ik heb je trouwring namiddag nodig...", viel ik met de deur in huis.

"Waarom?" "Omdat ik ringen nodig heb..."

Er verscheen een eigenaardige blik in haar ogen.

"Heb je iets vergeten?" vroeg ze met een al even vreemde klank.

Het leek of ze me uitlachtte.

"Ja" moest ik toegeven. "De ringen van Serge en Susanne..."

Ik moest slikken om de brok frustratie binnen te houden.

"Tja, dat heb je ervan als je laat moet doorzakken..." plaagde ze me.

Ik vroeg me af of mijn beste vriend me ooit zou vergeven dat ik hun ringen had laten bijeen persen in het schroot van een kever...

"Misschien kun je de deze gebruiken..." zei ze terwijl ze het doosje boven haalde.

Van verbazing viel mijn mond op. Ik wist even niet wat zeggen.

"Gelukkig heb ik ook hersenen die werken, al ben ik blond..." zei ze triomfantelijk.

Gielle-Myr Peunie

Maart '88