Jonas
werd wakker van een leuk geluid. Hij hoorde een vogeltje
fluiten. Hij luisterde nog eens goed. Het was de eerste
keer sinds lange tijd dat hij het hoorde. Hij glimlachte.
Dit kon maar één ding betekenen. Het werd lente. Hij sprong
zijn bed uit en maakte een vreugdedansje. Hij was blij.
Binnenkort zou de oude beuk weer botjes krijgen en dan…
zag hij de Gibbel terug. Hij danste nog een rondje en liep
naar de slaapkamer van Mama. Ze sliep nog. Hij was zo blij
dat hij het wel wilde uitschreeuwen. In plaats van te schreeuwen,
schudde hij tot ze wakker werd.
"Euh,
Jonas? Wat is er?" vroeg ze verbaasd.
"Mama,
de vogels fluiten…" zei hij blij.
"Mama,
het wordt het lente!" grijnsde hij.
"Ja,
en dan?" herhaalde Mama nog eens.
"Mama…
Dan komt Gibbel Fibbel terug!" zei hij ongeduldig.
"Oh
ja?" vroeg ze slaperig.
Ze
was nog niet helemaal wakker en draaide zich nog eens om.
Jonas wachtte teleurgesteld. Plots kroop Mama recht in bed.
Ze
herinnerde zich de verhalen over de Fibbels.
"Ja…
ja… ja…" danste Jonas in het rond.
Hij
was zo blij. Hij had zo lang moeten wachten.
"Mag
ik naar buiten?" vroeg hij ongeduldig.
"Jongen,
het is nog erg vroeg..."
Een
blik op de wekker vertelde dat het net half zeven was.
"Oké
dan. Maar maak zus niet wakker," waarschuwde Mama.
Jonas
liep terug naar zijn kamer en trok warme kleren aan. Het
was nog fris buiten. Hij liep langs de verhuisdozen naar
buiten. Langs de achterdeur kwam hij in hun kleine tuintje.
Jonas liep recht naar de oude beuk. Het winterzonnetje scheen
haar flauwe straaltjes door de takken met de dorre blaadjes.
Hij zocht naar kleine groene knoppen... Hij klom in de beuk
en keek goed rond. Maar hoe hij ook zocht, hij vond geen
teken van nieuw leven. Hij liet zich weer uit de boom zakken
en legde zijn oor tegen de dikke stam. Niets maar dan ook
niets te horen... Hij liet teleurgesteld zijn hoofd hangen.
"Hallo,
hallo mijn beste vriend," hoorde hij plots een fijn stemmetje
zeggen.
Jonas
keek op en keek in de guitige oogjes van een klein groen
mannetje. Hij hing onderste boven als een hagedisje tegen
de stam.
"Hoera!
Hoera!" riep Jonas blij uit. "Je bent er weer..."
Jonas
wipte en draaide in het rond. Hij maakte een vreugdedansje
van blijdschap. Gibbel ging op een tak zitten en grinnikte
zijn vrolijke lachje. Hij klapte in zijn handen en spreidde
zijn armen uit. Jonas kwam onmiddellijk dichterbij. Gibbel
liet zich op Jonas' schouders zakken en gaf hem een warme
knuffel. De kleine handjes wreven zacht over zijn wangen.
Het maakte Jonas warm en blij van binnen.