Toen
Mama en Liene eindelijk vertrokken waren, bleef Jonas alleen
thuis. Hij mocht mee met Gibbel naar Fibbelia. Maar daarvoor
moest Gibbel hem eerst kleiner maken. Samen zochten ze een
plekje onder de boom.
"En
nu moet je gaan liggen en je ogen dicht doen", zei Gibbel
zachtjes.
Jonas
deed wat hem gevraagd werd. Met zijn ogen dicht hoorde hij
Gibbel zachtjes woorden fluisteren waar hij niks van begreep.
Langzaam voelde hij zich kleiner worden. Even later deed hij
zijn ogen weer open en zag dat hij even groot was als Gibbel.
De grote beuk leek plots een reus van boom.
"Klaar?"
vroeg Gibbel aan Jonas. Jonas knikte. Gibbel liep naar de
stam en verdween door een klein, geheimzinnig deurtje. Jonas
volgde hem. Achter het scheurtje volgde een smalle tunnel
die alsmaar kleiner werd. Wat Jonas niet voelde, was dat zijzelf
ook kleiner werden. Hij volgde zijn groene vriend dicht op
de hielen want het tunneltje werd heel erg donker. Jonas begon
langzaam te denken dat er geen einde kwam aan de tunnel. En
toen, plots, kwamen ze op een soort podium dat Jonas deed
denken aan het station. Als hij naar Oma en Opa aan zee ging,
had hij ook op zo'n perron gestaan voor ze de trein in gestapt
waren.
Gibbel
stapte op het perronnetje en trok Jonas met zich mee. Waar
de grond voor hun voeten stopte, keken ze tegen een muur van
lichtgroen water. Af en toe kwam er een luchtbel voorbij.
Het water bleef netjes in de muur alsof er een glazen wand
tussen was. Gibbel lachte.
"Kom,
we gaan met de bel." Jonas keek hem vragend aan.
Gibbel
wees met zijn duimpje naar de groene muur.
"We
moeten samen springen. Je kunt hier heel gemakkelijk verloren
drijven. En we moeten straks samen terug of je geraakt er
niet meer uit."
Jonas
voelde kriebels in zijn buik. Het was allemaal zo vreemd en
nieuw voor hem. Springen? Drijven? Niet meer uit geraken?
Maar voor hij zich kon bedenken, nam Gibbel hem bij de hand
en trok hem in een bel die net voorbij kwam. Ze waren er maar
net in gesprongen of de bel schoot als een raket omhoog. Gibbel
en Jonas vielen op hun achterwerk. De bel kreeg steeds meer
snelheid. Zij schoot dan eens naar links, dan weer naar rechts,
maar steeds omhoog. Jonas hield het bijna niet meer uit en
zijn mond ging open in een geluidloze gil. De wildste achtbaan
die hij ooit geprobeerd had, leek een slak in vergelijking
met deze bel. Hij ging zelfs een beetje meeleunen in de bochten.